Cirkel van verbondenheid, 17 februari 2019
Kristel Busschaert en Sylvie Van Laere

Kristel verloor haar metekind. Sylvie haar partner. Ze getuigen op eerlijke wijze hoe ze omgingen met dit verlies. Wat hen getroost heeft en welke hun krachtbronnen waren.

Getuigenis Kristel

Nooit eerder heeft een kind mij dieper geraakt dan Mike. En net dat kind ging dood. Nooit eerder heb ik beseft wat rouwen met je kan doen, zowel emotioneel als fysiek. Afzien was het, ik voelde de pijn tot in mijn botten.
Niet alleen mijn eigen verdriet. Ook het verdriet zien van mijn zus, zijn mama, mijn ouders, zijn grootouders. Tot op de dag van vandaag is dat voor ons allen een diep litteken … en toch heeft dat ventje mij ook ongelooflijk veel gebracht, toen hij nog leef-de, maar ook daarna. Hij blijft me inspireren op vlak van werk, hoe ik omga met mensen, met kinderen, hoe ik naar de wereld kijk. Heel vaak kijk ik met een even grote verwondering als hij. Hij begreep niet altijd zo goed hoe mensen met elkaar omgaan. Hij stelde veel vragen. Hij had een uitzonderlijke maturiteit voor zijn leeftijd. Elf jaar is hij geworden. Hij werd geboren op 3 juni 2000. Op 9 september 2011 werd hij in zijn bedje gelegd door oma. Zo’n uur later ging opa even kijken omdat ze vergeten waren dat zalfje onder zijn neus aan te brengen, hij was een beetje verkouden. Er was geen leven meer in hem. De buurvrouw die dokter is probeerde nog te reanimeren. Hij werd naar het UZ in Gent gebracht. Net na middernacht, 10 september, werd de officiële verklaring afgelegd dat hij gestorven is. Onze wereld stortte in … een aardverschuiving voor de hele familie. Pijnlijk, maar ook soms mooi. Die dubbelheid van het leven, telkens weer…ik probeer er steeds minder tegen te vechten.
Ik heb nooit veel met kinderen gehad. Gek als ik er nu aan terug denk. Nu vind ik ze de mooiste, puurste, meest inspirerende wezens. Tot Mike geboren werd, kon ik dat niet zo ervaren.
Ik was al langer verliefd op Spanje en vond het rond mijn 30-ste maar ‘ns tijd worden dat ik daar een langere tijd naartoe zou gaan om te voelen of ik daar wou gaan wonen. Ik zocht een job, 9 maanden lang ging ik toeristen af-halen in de luchthaven van Jerez de la Frontera en bracht hen naar hun hotels aan de Costa de la Luz. Net voor ik naar Spanje vertrok stond mijn zwangere zus met diep verdriet aan mijn deur. Ze vertelde me dat haar man, na 13 jaar, de relatie niet meer zag zitten. Ze ging middenin haar zwangerschap terug bij mijn ouders wonen. Ik vond het bijzonder lastig dat ik net toen naar Spanje zou vertrekken. We belden veel. Haar verdriet was zo voelbaar tot in Spanje. Toen Mike 4 maanden later geboren werd, mocht ik niet naar huis van mijn Duitse chef. Zelfs het feit dat ik meter was kon hem niet overtuigen om me over en weer te laten vliegen. Maar toen stierf mijn lieve oma, en kon ik een paar dagen naar huis voor haar begrafenis. Zo kreeg ik hulp van het universum om de kleine Mike die toen 2 weken oud was, in mijn armen te nemen. Het was liefde op het eerste gezicht!

1. Wie was Mike?
Mike had iets heel kwetsbaars en net dat maakte hem voor mij heel erg mooi. Hij kon bijzonder vrolijk zijn en had veel gevoel voor humor, maar tegelijkertijd kon hij het ook heel lastig hebben en verdrietig zijn. Er was niet zo veel tussen-in. Hij nam veel op vanuit zijn omgeving. Om hem te ondersteunen in zijn gevoeligheid was hij in begeleiding.
Na zijn overlijden ben ik, vanuit een soort willen begrijpen en weten dat er geen antwoord te vinden valt, zijn psycholoog gaan opzoeken. Zij vergeleek hem met de kleine prins, een jongetje met een groot verlangen naar harmonie die zich met verwondering blijft afvragen hoe we het hier in godsnaam georganiseerd hebben.
Ik herinner me nog dat hij, toen hij op mijn massagetafel lag, 9 jaar was hij toen, vroeg waarom er in de wereld toch zo veel om geld draait? Reuzefier was ik op zo’n momenten op hem. Dat hij al zo veel inzichten had. Ongerust was ik ook, bang dat deze wereld te hard voor hem zou zijn als hij groter zou worden …

2. Zijn ‘cadeautjes’
Toen Kristin ons vroeg om iets te komen vertellen over ons rouwproces in deze cirkel dacht ik meteen ook aan de cadeautjes die Mike mij gaf, hier alvast een paar…

Sterke drive voelen om ‘zijn boodschap’ neer te schrijven…

Als er iemand doodgaat, dan ga je, bijna automatisch, op zoek naar een soort zingeving en een antwoord op je vragen. Daarom ging ik ook de arts die de autopsie had uitgevoerd, opzoeken. Ze zei dat fysiek niets gevonden werd en dus geen doodsoorzaak kon vastgesteld worden, maar dat misschien jarenlange emotionele stress Mike fataal geworden was.
Het idee dat een klassieke arts de link legde naar de zware impact van emotionele stress op het fysieke welzijn kwam bij mij zeer sterk binnen en gaf mij een sterke drive om iets te schrijven rond ‘gevoelige kinderen’. Die avond belde ik een vriendin en vertelde haar dat ik daar iets mee moest doen, dat ik erover wilde schrijven. Ik had er wel niet meteen de energie voor. Gelukkig bleef die vriendin mij eraan herinneren. Een paar maanden later kwam zij, samen met haar dochter, een weekend bij mij logeren. Ze kookte voor me, zette me letterlijk achter die laptop, en zo kon ik het niet langer uitstellen. Ik begon met een brief aan Mike. Ik dacht toen nog dat het een artikel zou worden voor een of ander tijdschrift. Maar ik kon niet stoppen met schrijven. Het was alsof Mike me hele stukken influisterde. Het werd een boek, in dagboekvorm, met de titel ‘Niet zomaar’ onder de pseudoniem van Tante Lies. In het boek geef ik Mike de naam Niels. Het was alsof ik door te schrijven mijn onmacht ten aanzien van het overlijden van zo’n mooi kind wou omzetten in een kracht …
Gaandeweg schreef ik steeds meer over de angst van de omgeving voor diepe rouw. Dat zag ik vooral in de omgeving van mijn zus. Daarover schrijven was niet het oorspronkelijk ‘plan’, voor zover er in die periode ruimte was voor ‘plannen’, maar dit is wat de lezers nog het meest geraakt heeft. Zoveel herkenning. Het is ook hetgeen Sylvie het meest geraakt heeft toen ze mijn boek cadeau kreeg, maar dat verhaal laat ik haar liever zelf doen. Haar ontmoeten was voor mij alleszins het allermooiste cadeau dat op mijn pad kwam via ‘Niet zomaar’.

Kwetsbaarheid die sneller mag getoond worden, ook bij mensen die ik amper ken … dat was ongekend terrein voor mij.

De allerlaatste bladzijde van mijn boek schreef ik bijna één jaar na het heengaan van Mike, op 3 augustus 2012, de verjaardag van mijn zus. Ik deed het haar cadeau (een vreselijk cadeau vond ik het, maar zij was er heel blij mee) en diezelfde dag stapte ik op het vliegtuig naar Spanje. Mijn eerste reis na het overlijden plande ik in een groep. Het liefst van al reis ik in mijn eentje, maar dit keer had ik echt geen energie om mijn reis zelf te organiseren. Toen ik een flyer zag hangen van een staptocht naar Santiago de Compostella, voelde ik meteen een volle ja! Het werd een van de mooiste reizen van mijn leven.
Al de tweede avond op de camino, tijdens het deelmoment, toonde ik mijn verdriet, deelde ik de rugzak die op me weegt … En, zo simpel kan het zijn, de begeleider stelde voor om de volgende dag een ritueel te doen aan het Cruz de Ferro. Aan dit ijzeren kruis worden de steentjes achtergelaten die symbool staan voor de zorgen en lasten die pelgrims meedragen en daar willen achterlaten. We zongen daar samen een lied, de handen in elkaar, in een kring. Ik voelde verbinding en medeleven en ik was blij dat iedereen een beeld kreeg van het kind dat ik nog zo pijnlijk diep miste. Ik liet een foto achter op die heuvel van stenen en kwam 100 kilo lichter naar beneden. Alsof pas dan mijn tocht écht begon.
Kwetsbaarheid die sneller mag getoond worden, ook bij mensen die ik amper ken … het was nog vrij ongekend ter-rein voor mij.
Waarom heb ik in mijn leven zo lang zo veel in mijn eentje gedragen, vraag ik me soms af. Omdat ik dacht dat dat ‘normaal’ is? Omdat de meesten het zo doen? Omdat ik opgegroeid ben in een emotionele woestijn? Het maakt niet meer uit. Het hoeft nu niet meer, dat voel ik elke dag meer en meer. En hoe kwetsbaarder ik me durf tonen hoe meer ondersteuning er op mijn pad komt.
Mijn ervaring wordt steeds meer dat mijn verdriet tonen niet alleen een ‘last’ is voor anderen (zo heb ik het als kind wel vaker ervaren, dat ik als te gevoelig werd bestempeld als ik te vaak en te snel ging huilen). Mijn verdriet tonen kan ook een cadeau zijn. Het kan anderen de toestemming geven om zich ook kwetsbaar te tonen. Het creëert ver-binding en is dat in de fond niet waar we met zijn allen écht naar verlangen?

Mijn missie wordt duidelijker… ik wil met kinderen werken!

Professioneel heb ik niet zo veel behoefte aan zekerheid. Ik ben wel vaker van werk veranderd als ik voelde dat ik er niet gelukkig was, als ik niets meer kon bijleren. Of als ik een stuk van de wereld wou gaan verkennen.
Toen Mike overleed, werkte ik aan de receptie van een hotel in het centrum van Gent. Ik vond het een heerlijke job: na mijn eigen omzwervingen toeristen van over de hele wereld ontvangen in eigen stad. En toch, ik kon mezelf niet langer motiveren. Ik voelde steeds meer de drang om meer met de essentie bezig te zijn, ook al was het nog niet duidelijk hoe. Ik gaf mijn ontslag. Het was toen dat ik begon te schrijven. En zo nam ik ook meer tijd om te rouwen.
Ondertussen ging ik op zoek naar wat ik echt wou. Ik schreef me in voor een heroriënteringscursus bij de VDAB. Daar kwam ik erachter dat ik met kinderen wou werken. Toch wel een lichte shock was dat. 44 jaar was ik. Ik had geen opleiding om te werken met kinderen en ook geen enkele ervaring. Een van de consulenten (ik ben haar nog steeds dankbaar) stelde voor om te starten als busbegeleidster voor kinderen uit het bijzonder onderwijs. Ik dacht: waarom niet? Het leek een ideale opstap om ervaring op te doen.
Zo leerde ik omgaan met kinderen met autisme, slechthorenden en doven. Ik probeerde elk kind de aandacht te geven die het verdient. Niet alleen wou ik ‘goedmaken’ wat niet meer kon bij Mike, ook mijn eigen ‘innerlijk kind’ werd geheeld bij elk kind dat ik kon zien in zijn kern. Tussen de ritjes door deed ik ook middagtoezicht op een school in de Brugse Poort. Meer dan honderd nationaliteiten op die school, het ging er een stuk ruiger aan toe. Bijzonder intens, maar ook bijzonder verrijkend.
Later ging ik werken in de kleuteropvang op de Steinerschool. Het voelde als de hemel op aarde. Voor de EHBO-hulp was ik zeker niet de meest geschikte persoon, maar bij ‘hartepijntjes’ kwamen de kinderen snel mijn richting uit of werden ze naar mij doorgestuurd voor troost. Dat maakte voor mij die job ook zo mooi. En ik besefte als geen ander dat ik bij elk kind dat ik troostte ook mezelf gaf wat ik vaak gemist heb.

Bewust-wording

Mijn verhaal over Mike heeft veel mensen wakker geschud. Het doet hen nadenken en dat heeft tot op vandaag ‘gevolgen’ die mijn hart verwarmen. Zo kwam er vorige maand een vrouw naar me toe. Zij had mijn verhaal vorig jaar gehoord en vertelde me dat ze daardoor haar zoon van school had veranderd. Op zijn vorige school had hij veel stress en werd hij niet gezien in zijn gevoeligheid. Sinds hij veranderd is, is hij weer een vrolijk kind dat graag naar school gaat. Dat doet mijn hartje deugd. Dan ben ik zo fier op haar, op mezelf en nog het allermeest op Mike! Dat hij mensen daarin blijft inspireren, en dan maakt het al lang niet meer uit wat zijn precieze doodsoorzaak was …

Meer erkenning geven aan eigen gevoeligheid. Mogen voelen wat ik voel!

Door mijn boek te schrijven en te pleiten voor een wereld waarin kinderen niet meteen als te gevoelig worden bestempeld, leerde ik ook mijn eigen gevoeligheid steeds meer accepteren. Zelf had ik als kind vaak ervaren dat mijn gevoeligheid lastig was voor mijn omgeving, dus was ik ze ook zelf gaan veroordelen. Door de geboorte van Mike was het alsof er voor het eerst een soort ‘bondgenootje’ in onze familie kwam, eentje die me zomaar begreep zon-der veel woorden, eentje die me niet te gevoelig vond. Dat werkte helend. Hij heeft me geholpen om aan mezelf de toestemming te geven om te mogen voelen wat ik voel, misschien nog meer na zijn heengaan. Daar schrijf ik ook over in mijn boek. En hoe meer ik klaar was om mijn boek aan de wereld te tonen, hoe minder ik oordeelde over mijn manier van (aan)voelen. Zelfs mijn ouders gaan nu anders met me om. Schoon cadeau is dat ook van hem!

3. Wat deed zijn overlijden met mij?
Tijdens de voorbereiding van deze cirkel heb ik me ook de vraag gesteld wat zijn overlijden met mij deed.

  • Het deed me nog meer de vraag stellen of ik met de essentie bezig ben, tot op de dag van vandaag. Alsof ik niet meer anders kan dan die vraag telkens weer voor ogen te houden.
  • ‘k Zei wel vaker tegen mijn zus ‘als ik zeker zou weten dat ik zo’n ventje als Mike zou krijgen, zou ik er meteen aan beginnen’. Tegelijkertijd besefte ik hoe zwaar het was voor haar om de eerste jaren van zijn leven alleenstaande moeder te zijn. Ik ben mijn zus nog altijd heel erg dankbaar dat zij mij zoveel vertrouwen gaf in mijn zorg naar hem toe. Mijn rol was vooral die van tante, zijn meter die voor de leuke uitstapjes zorgde en vooral samen veel onnozel doen. De verantwoordelijkheid van 24/24 u, 7/7 d. schrok me af, dus ik liet het moederschap aan mij voorbijgaan. Ik genoot van mijn vrijheid, van het kunnen op ontdekking gaan over de grenzen heen. Maar toen hij stierf, kwam er naast het gemis van hem, ook het gemis van moeder zijn op mijn bordje. ‘k Herinner me dat ik het ook jammer vond voor mijn ouders dat ze nog maar 2 kleinkinderen hadden, alsof ik daarin ook tekort schoot door geen kinderen te hebben. Nu heb ik daar weer helemaal vrede mee. ‘k Geloof dat ik toen vrij snel besefte dat de kans vrij klein was dat er ooit nog een kind zich zo diep in mijn hart zou gaan nestelen, dus dat was extra rouwen.
  • Het bracht me ook bij een soort angst dat het leven zo plots voorbij kan zijn. Mike is gewoon rustig in slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Het kan zo plots voorbij zijn terwijl je nog zoveel dromen en verwachtingen hebt. Het helpt me nog steeds om de illusie dat het Leven met die grote L zich ook maar 1 seconde laat controle-ren los te laten! Kansen grijpen als ze aan je voeten liggen, dat is zeker ook sterker geworden!
  • Meer dan ooit droom ik van een wereld waarin van in de kleuterklas kinderen wordt aangeleerd om te mediteren, elkaar te masseren, op een verbindende manier te communiceren. De wereld waarover David van Reybrouck schrijft in zijn boekje ‘Vrede kan je leren’. Alle technieken zijn beschikbaar. Het is alleen nog een kwestie van er massaal voor te kiezen! Ook in mijn praktijk droom ik ervan om steeds meer kinderen te masseren en hen via ‘meditatie’ op jonge leeftijd te laten kennismaken met lichaamsbewust-zijn! Het voelt als een missie die nog beter dan ikzelf weet welke richting het zal uitgaan …

4. Troost
Wat mij het meest getroost heeft, is de liefdevolle aanwezigheid van mensen.
Zo kostbaar om er gewoon te ZIJN en MOGEN zijn! Als je niet weet wat doen of zeggen, doe dan iets kleins. Gewoon even luisteren kan zo veel betekenen voor die persoon op dat moment. Vaak doen we niets omdat we denken dat het iets groots moet zijn, maar voor mij zijn zo vele kleine dingen op moeilijke momenten zo groots geweest. Dan denk ik aan die vriendin die me met de auto kwam ophalen voor boodschappen in de Colruyt (meestal doe ik dat met de fiets) of een vriendin die de ochtend van de begrafenis mijn boterham met kaas smeerde omdat ik er de energie niet voor had … momentjes om nooit meer te vergeten!
Mensen bij wie je volledig mag zijn wie je bent op dat moment, met al je verdriet, sluit je voor de rest van je leven in je hart!
Het kunnen delen van verdriet met mijn zus was heel waardevol. Bij mijn ouders is dat moeilijker. Zij moeten dat potje nog meer toehouden. Bij mijn zus is er meer openheid. Samen, naast alleen, verdriet mogen hebben was voor mij heel helend.
Ik heb me ook laten ondersteunen via lichaamswerk: massage, shiatsu, cranio-sacraal-sessies, fascia-behandelingen. Ook naar de sauna, dansen, … hielpen om dat pijnlijke voelen met mondjesmaat toe te laten zonder er helemaal door meegesleurd te worden.
Het lezen van boeken rond rouw, en het mijne schrijven, hebben ook veel troost gebracht.
Mijn zus ging heel snel op zoek naar een rouwtherapeut in de Bleekweide. Die organiseerde af en toe een avond voor mensen met verdriet. Daar ging ik een aantal keren mee naartoe. Mooi was dat, die verbinding en diepgang daar voelen.
En last but not least vonden we ook troost in rituelen, iets waar gelukkig opnieuw meer ruimte voor komt in onze maatschappij. Mijn zus en ik zijn op een bepaald moment door de juf van Mike in zijn klasje uitgenodigd. We hebben toen, samen met de kinderen, tekeningen gemaakt die daarna aan zijn boom op de speelplaats werden opgehangen. Op de Bleekweide werd, n.a.v. zijn eerste verjaardag na het overlijden, een samenkomst met de kinderen van zijn klas én de parallelklas georganiseerd. De vrouw die dat begeleidde noemde zichzelf de hartjesdokter. Af en toe organiseerde ik ook een feest voor mijn 4 metekindjes. In het eerste feest zonder Mike reserveerden we voor hem een plekje in de cirkel, een leeg kussen, om hem toch symbolisch een plekje te geven. Bijzonder waardevol!

5. Als slot
Soms vraag ik me af hoe mijn leven er zou uitzien zonder Mike gekend te hebben. Ik kan het niet. De liefde die ik voor hem gevoeld heb en het verdriet dat ik na zijn dood gevoeld heb, blijven een grote drive om te doen wat ik nu doe, en dat gaat verder dan mijn job. Nog belangrijker dan vroeger voelt het om trouw te blijven aan mezelf. Er is geen andere weg meer mogelijk. Soms is dat lastig. Soms ook vermoeiend. Maar door al die vragen en twijfels heen komt er ook vaak een bevrijdend gevoel van mogen doen wat ik te doen heb en niemand die me daarin gaat tegenhouden.
Rouwen heeft tijd nodig. Gun jezelf die tijd. Laat je niet opjagen door een maatschappij die vindt dat het nu maar eens voorbij moet zijn.
Het leven wordt echt terug zachter. Het wordt meer genieten. Pijn maakt steeds meer plaats voor dankbaarheid en dat geeft me hoop en nog meer goesting voor wat nog komen gaat. De illusie dat wij ook maar iets te controle-ren hebben in dit leven laat ik steeds makkelijker los, ook al komt de controle-freak in mij zich nog af en toe bemoeien :-)
Één ding is zeker, en dat druist zeker in tegen onze Vlaamse bescheidenheid: Mike heeft van mij een mooier mens gemaakt!

Getuigenis Sylvie

Wie ben ik in mijn kern? Het is een vraag die me in dit leven blijvend uitdaagt. Een glashelder antwoord is er niet. Mijn leven is tot nu toe een buitengewone reis met nogal wat hindernissen, dat wel. Met veel vallen en opstaan, dat ook.
Maar misschien is dat wel mijn ‘meaning of life’? Goed leren vallen en telkens weer opstaan met hernieuwde inzichten en het idee dat ik iets geleerd heb waarmee ik verder kan.

In mijn geval is het een proces dat versneld op gang getrokken is door een schokkende gebeurtenis bijna zes jaar geleden: op 6 juni 2013 stierf mijn partner Bart plots in een ongeval met zijn motor tegen een boom. We waren bijna 18 jaar samen, Bart was 38 jaar. We zaten op dat moment in een relatiecrisis en lieten ons begeleiden in relatietherapie. Ik woonde net 14 dagen op een ander adres. Het was een gezamenlijke beslissing om tijdelijk een LAT-relatie aan te gaan om zo tot de nodige stilte te kunnen komen en te zien waar onze relatie naartoe zou gaan.

Ik had mijn gouden kooi durven verlaten en kon niet vermoeden hoe deze stap verstrekkende en totaal ongewilde gevolgen leek te hebben en hoe ze zou uitmonden in een ongeziene chaos zonder Bart. Ik heb meerdere argumenten om te geloven dat Barts dood een gemaskeerde zelfdoding is. Maar ik weet het niet. Het is een heel moeilijke vraag die ik in de voorbije jaren met me meedraag en waar ik echt mee geworsteld heb en soms nog. En de enige die me daarop kan antwoorden, is voorgoed verdwenen. Sowieso is het antwoord onbevredigend want of het nu een ongeval of een zelfdoding betreft, het brengt Bart niet tastbaar terug.
Ik kan niet anders dan die ongewilde realiteit dragen en accepteren. En wil ik niet dat angst mij verblindt en mij belet om terug mijn gouden kooi te verlaten ook al zijn er geen wegwijzers en garanties dat ik de juiste weg loop.
Ik kan niet anders dan blijven bewegen en zoeken naar wat ik werkelijk te bieden heb en welke kwaliteiten en talenten mij daarbij helpen. Voorzichtiger, dat wel … Op mijn eigen rustige tempo, dat ook …

Na juni 2013 beweeg ik dus verder met een gebroken kompas in een zwalpend schip.
2013 en 2014 doopte ik tot mijn persoonlijke rampjaren want Barts dood was slechts een begin van een periode met meerdere verlieservaringen. Zo werden mijn beide ouders nog in hetzelfde jaar na Barts dood getroffen door een ernstige ziekte. Ik vond het normaal dat ik voor hen zorgde, net zoals mijn ouders dat zelf normaal vonden en ik besefte pas later dat niemand zich had afgevraagd of dit wel lukte voor me, noch zij noch ik.

Iets verder onderweg in april 2015, ongeveer twee jaar na het verlies van Bart, krijg ik een boek in mijn handen geduwd door een vriendin die naar Kristels boekvoorstelling ging in de Bleekweide in Gent. Misschien hebben jullie ook al ervaren dat na het lezen van een boek iets voorgoed verandert binnenin je? Een soort onaangekondigde verschuiving die ervoor zorgt dat je niet meer dezelfde bent dan diegene die je was voor het lezen van dat boek. Eén van de boeken die zo’n beweging inluidde voor mij is ‘Niet zomaar’. Een titel met twee eenvoudige woorden die naast mekaar een robuust duo vormen als je weet dat het over de dood van een 11 jarige jongen gaat.
De eerste keer lees ik ‘Niet zomaar’ op drie avonden uit in bed terwijl ik herkenbare stukken overschrijf. Een half jaar later doe ik exact hetzelfde, uitlezen en overschrijven. Precies alsof ik Kristels troostende woorden nooit meer kwijt wil en ze als een echo in mijn hoofd wil planten om te laten weerklinken telkens ik het nodig acht.
Kristels woorden gaven me taal die ikzelf nog niet luidop durfde denken. In mijn hoofd floreerden toen, en soms nu ook nog, heel wat destructieve gedachten zoals ‘Ik ben niet goed, niet waardevol genoeg’. Rationeel weet ik dat ik wel talenten heb en dat ik wel goed genoeg ben zoals ik ben, maar ik kon het toen nog niet voelen zoals nu. Ik besef intussen dat het ooit heel erg nodig geweest is om naar mijn hoofd te vluchten en afgesneden te leven van diepe, intense gevoelens.
Door Kristels boek vonden mijn eigen ronddolende gevoelens vaste grond onder de voeten. In haar woorden vond ik dus toestemming om te mogen denken wat ik dacht en te mogen voelen wat ik voelde.

Een stukje uit het boek dat ik toen overpende klinkt als volgt: Koetjes en kalfjes (p. 75): Vandaag vraag ik me af waarom sommige mensen makkelijker praten over de dood van hun kanariepiet of hun goudvis dan over de dood van Niels. Vooral bij de mensen die dichtbij je staan, doet het pijn. Pijn tot in mijn botten. Pijn aan mijn hartje en er is op dit moment niemand om me te troosten of niemand die ik ervoor even kan toelaten. Ook ik heb geleerd om kranig verder te doen. De tranen mogen er even zijn, maar niet te lang. Als je blijft verder doen, ben je sterk. Dat is de onuitgesproken boodschap in een maatschappij waar alles sneller gaat en er steeds minder tijd lijkt.
Ik hoor mezelf tegen mijn zus zeggen dat je niet kan verlangen dat de ander verandert, dat je alleen kan zoeken naar een manier om anders om te gaan met dezelfde situatie. Ook zij voelt veel pijn. Het meest zalvende voor haar moederziel zijn mensen die blijven praten over Niels.
Misschien doen zij die het allerbangst zijn van hun diepe verdriet wel het allermeest hun best om te blijven praten over koetjes en kalfjes. Misschien wil iedereen diep vanbinnen, achter dat eerste laagje, wel praten over hetgeen hem zo sterk geraakt heeft, maar lukt dat niet. Soms kun je niet voorbijgaan aan het verdriet. Niels heeft ons, door ons hier ‘achter te laten’, dit scherper dan ooit getoond. Een kind dat doodgaat, het raakt mensen tot in het diepst van hun ziel.
Kun je het de mensen die over het weer en de voetbal blijven praten kwalijk nemen? Nee.
Kun je het jammer vinden? Ja.
Hoe moet je daar mee omgaan? Geen idee.’

Dit fragment is zo herkenbaar dat het me raakt tot in elke vezel. Ik pluk er graag twee zinnen uit om er zelf iets aan toe te voegen: ‘De tranen mogen er even zijn, maar niet te lang. Als je blijft verder doen, ben je sterk.’
Ik vind van mezelf dat ik sterk ben, maar vandaag is dat een volledig andere manier van sterk zijn dan in de eerste twee jaar na Barts dood.
In die periode wilde ik mensen in mijn omgeving niet ‘ambeteren’ met mijn eindeloos verdriet en mijn behoefte om getroost te worden. Uit angst voor onbegrip, afwijzing en vermijdend gedrag, en ook uit zorgzaamheid voor de andere liet ik mijn emoties zelden zien. Mijn concrete vragen over de dood van Bart durfde ik te weinig laten horen. Mijn momenten van diepe pijn en diepe tranen kregen vooral vrij spel als ik helemaal alleen was.
Troost vond ik tussen de vier veilige muren van de therapieruimte, in gedichten, in boeken of lezingen rond verlies, in Afrikaanse dans op dinsdag, in taichi op vrijdag, in radioprogramma’s zoals Touché en ‘Berg en dal’ op zondag, in nieuwe ontdekkingen zoals klassieke muziek, in kunst en tentoonstellingen, in theater, maar ook in tal van creatieve workshops en cursussen, in uren en dagen met mezelf in natuur en bosrijke omgeving, in teveel ‘koetjes en kalfjes’, in humor, in mogen praten en herhalen over Bart, in schrijven: iets wat ik wel vaker deed in die lange dagen in dat grote halfbeslapen tweepersoonsbed. Overal in mijn huis lagen papiertjes en schriftjes met mijmeringen, herinneringen, zieleroerselen, halve nachtdromen in woorden, halfzinnen, steeds terugkerende flarden die ik enkel zo kon loslaten omdat papier gewillig is en helpt vasthouden.
Troost vond ik in enkele voedende contacten waarop vrienden me elk op hun manier probeerden te ondersteunen, troost vond ik in het zorg dragen voor anderen op mijn werk en erbuiten …
MAAR ik voelde doorgaans te weinig ruimte bij anderen om voluit mezelf te mogen zijn. Dat vertelt iets over de andere maar zeker even veel over mezelf want …

Hoe we met ons allen rouwen is sterk gekleurd door wat we in ons eigen ouderlijk nest geproefd en geleerd hebben en wat onze ouders op hun beurt in hun nest van oorsprong leerden. Doorheen generaties worden patronen en gewoontes overgedragen: ‘emotionele ondervoeding’ is bij mij, in mijn familie, zo’n doorgegeven patroon …
Versta me niet verkeerd, mijn ouders zien mij graag en deden hun best. Ze hebben mij grootgebracht vanuit wie zij waren, in hun context en tijdsgeest van toen. Maar ik ben er mij intussen wel bewust van geworden hoe onveilig deze manier van omgaan was en dat ik geen veilige hechting met mijn ouders heb, wat mij belemmerde om mij emotioneel te ontwikkelen.
Ik zie het vooral als mijn eigen taak om me te onttrekken aan gewoontes die mij niet meer passen of waar ik mezelf niet of te weinig in terugvind. Het is een grondig proces om nieuwe gewoontes, nieuw gedrag aan te leren. Je bewust worden van oude gewoontes is slechts een begin dat om verdere oefening vraagt. Het is absoluut de moeite om die inspanning te doen want het doet mij groeien en het transformeert mij naar wie ik werkelijk ben, naar wat ik echt denk en voel.
Dat bewustzijn van oude gewoontes werd almaar duidelijker na Barts dood. Ik bevond me in overlevingsmodus en viel vaak terug op vertrouwd gedrag, op oude gewoontes die vroeger functioneel waren maar nu minder passend.
Ik had niet geleerd dat eigen verdriet tonen even normaal is als vreugde tonen of dat praten over gevoelens of ingrijpende gebeurtenissen met elkaar ook mogelijk kan zijn. Diep verdriet uiten deed ik meestal afzonderlijk, op mijn eiland.
In ‘oud gedrag’ betekende ‘me sterk houden’ vooral dat ik ‘mezelf niet voluit liet zien’. Dit was nauw verwant met de manier waarop ik zorg droeg voor mezelf en voor de ander.
In oud gedrag weerspiegelde dit zich zo: mezelf wegcijferen omdat de andere meer zorg nodig heeft, beschik-baar zijn, lange voelsprieten voor andermans noden ontwikkelen, eigen behoeften verdringen en er zelfs van ver-vreemden, intense gevoelens niet kunnen toelaten en voelen, zelfstandig zijn en niemand ‘lastig vallen’, geen hulp vragen, vooral mezelf vertrouwen, grenzeloos vechten en doordoen, me verantwoordelijk voelen voor anderen en situaties, m’n uiterste best doen om ‘gezien te worden’ door ‘perfect’ gedrag, geforceerd sterk en dus vrolijk zijn.
Nu ben ik vooral sterk door niet meer op die manier sterk te willen zijn en door anders zorg te dragen. Want … op dagen dat het minder goed met me gaat en ik nood heb aan emotionele verbinding, durf ik dat nu al iets beter zeggen en tonen. Ik krijg steeds meer voeling met mezelf en wat ik nodig heb. En dat is echt nodig om beter mijn evenwicht te vinden in het zorg dragen voor mezelf en de betekenisvolle andere. Nu weet ik dat goede zelfzorg niet enkel goed voor mezelf kunnen zorgen is, maar ook ontvankelijk zijn voor anderen die graag willen zorg dra-gen voor mij. Niet gemakkelijk, maar telkens het me lukt, voel ik diepe vreugde.

Ook bij een tweede zin uit het eerder geciteerde fragment wil ik nog even stilstaan: ‘Misschien doen zij die het allerbangst zijn van hun diep verdriet wel het allermeest hun best om te blijven praten over koetjes en kalfjes.’
Ik begrijp als geen ander hoe moeilijk het is om verdriet steeds opnieuw ruimte te geven zonder het te willen oplossen of zonder er een oordeel over te vellen. En … hoe gezegend ik nu ben omdat ik wel taal lijk te vinden om die moeilijke lagen te verwoorden en te tonen.
Emotionele eenzaamheid is voor mij een van de grootste beproevingen geweest in mijn rouwproces. Ik had erg veel nood aan mensen die mij ‘volledig willen’ met mijn uitgesproken vrolijke EN donkere lagen maar ik leefde in een omgeving die vooral vermijdend omging met diep verdriet. Daardoor werd mijn onderliggende behoefte aan erkenning van wat in mij leefde niet gezien.
Ik verduidelijk dit met een voorbeeld: twee jaar na Barts dood, in 2015, zaten er enkele vrienden rond mijn keuken-tafel met de vraag of ze een ‘in memoriam’ mochten organiseren voor Bart. Ik vond dat echt een schitterend idee maar had zelf geen energie om eraan mee te werken. Ik vond de moed om dat te zeggen en mijn tranen te laten rollen. Voor mij was het echt nieuw om dat rond een tafel te doen in aanwezigheid van die vrienden. En … ik zou liegen moest ik zeggen dat ik niet ontgoocheld was toen ik de zes daaropvolgende weken niemand meer hoorde of zag. Het bleef muisstil tot aan het ‘in memoriam’.

Tegelijk voelde ik oprechte dankbaarheid voor de talrijke opkomst en de schouderklopjes, voor alle moeite en in-spanningen om Bart op die manier te gedenken en te eren.
Maar ik hield het die avond opnieuw geforceerd droog. Ik slikte opnieuw alles in en hield me sterk zoals mensen dat van mij gewoon waren. Ik vertrok vrij vroeg huiswaarts omdat mijn tranen hevig zaten te duwen. Pas op de terugweg kregen ze ruimte om geweend te worden, opnieuw alleen zoals ik dat met mezelf gewoon was …

Ik had ook heel andere ervaringen, waar ik mij wel echt erkend wist.
Ik geef opnieuw een voorbeeld: ook in juni 2015 zat ik met een heel goede vriendin op het strand van de Blaarmeersen. Het was voor mij een memorabele dag: voor het eerst had ik een lange, openbare huilbui in goed gezel-schap temidden van een vol strand vreemde mensen. Dit was ongezien! Het gevolg was dat ik me 100 kg lichter voelde nadien. Te meer omdat mijn vriendin het helemaal niet erg leek te vinden dat ze naast een ‘huilende wolk’ zat op dat zonnige strand in Gent.
Juni 2015 was een scharniermoment want ik besliste om mij zoveel mogelijk te richten op dat soort ‘voedende’ contacten waar niet alleen over ‘koetjes en kalfjes’ kan gepraat worden. Een bewust begin van een sterke beweging naar mezelf en mijn innerlijke groei.
Nu laat ik mezelf veel meer toe mezelf te mogen zijn, ongeacht wat anderen uit mijn omgeving daar ook mogen van denken of verwachten …
Het echte groeien of helen zit voor mij dus in de emotionele verbinding met anderen. In het gesteund worden door mensen die zelf over energie en ruimte beschikken om mijn ‘zwaarte’ uit te nodigen en te helpen dragen indien nodig. En die me ook durven aangeven wanneer hun eigen beschikbare ruimte zelf eventjes op is. Weten dat ik voluit mezelf mag zijn en mijn verdriet niet hoef in te slikken, is vaak al meer dan genoeg …

Vandaag ben ik met meer mensen omringd die open kunnen communiceren en die zorg dragen voor zichzelf en voor mekaar. Met mensen die vriendschap zien als een oefenterrein, waarin we samen mogen vallen en opstaan, waarin we ons mogen vergissen of fouten maken en van daaruit leren hoe waardevol het is om voluit onszelf te kunnen zijn met alles wat er is. Een verademing en geruststelling!
Als ik nu terugkijk op de voorbije jaren dan kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de tijd na Bart anders zou verlopen zijn in een cultuur (micro, meso, macro) waar emotionele betrokkenheid een evidentie is. Ik heb geluk omdat ik de weg uit mijn emotionele doolhof lijk te vinden. Hoewel die weg nog niet af is vertrouw ik erop want … waar veerkracht is, is een weg.

Toch denk ik dat velen hun weg niet vinden uit emotionele kluwens. Zo verloor ik vorig jaar nog een vriendin aan zelfdoding. De zelfdodingscijfers in België en Vlaanderen alleen al, spreken voor zich. Verdriet verdient ademruimte, zoekt volgens mij meer kosteloze oevers om te mo-gen aanspoelen.
Ik ben altijd al gevoelig geweest voor het welbevinden van anderen. Ik merk nu nog sterker dan ervoor een uitgesproken aandacht voor mensen die worstelen met hun rouw na verlies, voor mensen die zich emotioneel eenzaam voelen en die moeilijk op verhaal kunnen of durven komen.
Dat is ook de drijfveer geweest in 2017 om samen met Kristel voordrachten te geven rond rouw na verlies. Momenteel volg ik ook een postgraduaat tot rouw- en verliesconsulente en verdiep ik me verder in lichaamsgerichte therapie en bio-energetische behandelingen.
Ik ben nieuwsgierig en graag onderweg en Bart reist mee, soms op de voorgrond, dan weer tegen de achtergrond en soms buiten beeld maar sowieso onderhuids diep in mij. Tegenwoordig kom ik ook graag terug thuis. Maar dat soort thuiskomen valt niet te evenaren met de intensiteit van het terug thuiskomen in mezelf …
Dat ik dit mag en kan delen vandaag met jullie in deze cirkel van verbondenheid, voelt als transformatie op zich. Bedankt!