Kunstenaar zijn als oefening in omgaan met kwetsbaarheid

kunstLies Daenen

Lieve lezer,

Voel jij je soms ook zo kwetsbaar als je probeert te zijn wie je echt bent, als je je gevoelens en je onmacht toont, durft twijfelen, spreekt vanuit je hart? Ik heb in de loop van de jaren geleerd dat mijn kwetsbaarheid niet alleen bij mij hoort, maar ook bij het leven, bij onze ‘wreed schone’ wereld. Dat het aanvaarden van mijn kwetsbaarheid een voorwaarde is om die schoonheid ten volle te kunnen beleven. Dat ze me kracht geeft, maar ook – het woord zegt het zelf – kwetsbaar maakt. Het leren omgaan met mijn eigen kwetsbaarheid en die van anderen is een voortdurend leerproces. Ik zie het als een evenwichtsoefening, een groeiproces, een les in menselijkheid.

Sinds ik met kunst bezig ben, ben ik me daar nog sterker van bewust geworden. Ik heb ondervonden dat het artistiek bezig zijn me voortdurend uitdaagt om met mijn broosheid om te gaan. Niet alleen loopt het thema als een soort rode draad door mijn werk, ook in de praktijk van het creëren word ik er voortdurend mee geconfronteerd. Ik merk dat dit geldt voor heel wat kunstenaars, of ze nu professioneel of als amateur met hun passie bezig zijn. En ik denk dat het ergens herkenbaar is voor iedereen die bewust met zijn of haar persoonlijk groeiproces bezig is. Daarom wil ik vandaag toch wat ervaringen en inzichten hierover met je delen.

Laat me beginnen bij de positie die je als kunstenaar inneemt in de samenleving. In onze overgeorganiseerde wereld lijkt het er soms op dat je alleen maar bestaat als datgene wat je doet meetbaar, controleerbaar en duidelijk benoembaar is. Alles moet functioneren, renderen, winst genereren. Of het moet ontspannen, amuseren, licht verteerbaar zijn. Het moet ook passen binnen bepaalde kaders en aan algemeen geldende normen voldoen. Dat maakt voor mij de positie van de kunstenaar enerzijds moeilijk – je hebt het gevoel voortdurend tegen de stroom in te roeien – en anderzijds noodzakelijk, zij het ook erg kwetsbaar.

Wat wij proberen te doen, is immers van een andere orde. Als kunstenaar opereer je in de marge. Je mijdt vaste structuren, want je bevraagt die. Telkens opnieuw ga je de confrontatie met je eigen grenzen aan en begeef je je daarmee – ook mentaal – op gevaarlijk terrein. Je kan maar authentiek zijn en evolueren als je dicht bij jezelf blijft, als je elk houvast ondergraaft, als je telkens weer de sprong waagt in het ongewisse. Gemakkelijk succes en commerciële erkenning zijn verleidelijke valkuilen die je beter mijdt.

Kunstenaars zijn vreemde mensen – mijn kinderen noemen me soms lachend ‘rare mama’ – balancerend op de grens van euforie, twijfel en (on)zekerheid. Je gaat tot op het bot, je voelsprieten altijd in actie, gefocust op ‘je eigen ding’ en tegelijk open voor de wereld. Het moet binnenkomen. Met een dikke huid lukt het niet. Kwetsbaarheid als instrument: raakbaarheid. De huid – grens tussen binnen en buiten – van veel kunstenaars is flinterdun. Op en soms voorbij de grens van pijn of van wanhoop ontstaan vaak de sterkste werken.

Het vraagt veerkracht om in die kwetsbaarheid overeind te blijven. Om er iets mee te doen, ze om te buigen naar een materialiteit die aanspreekt. Om het wachten en de kritiek uit te houden en telkens weer om te buigen naar nieuwe energie. De vrucht van je vreemde arbeid stelt je bloot aan de blik van de toeschouwer. Of aan de kritische blik van de collega of de expert, die genadeloos kan zijn.
Ook als je erkenning krijgt, als je werk ‘er staat’, is het nooit af. Je moet weer opnieuw beginnen. Waarom je toch verdergaat, telkens opnieuw? Je kan het niet laten, het verlangen, de dwingende noodzaak, de liefde voor wat je doet, is groter dan de angst. Maar soms is de angst overweldigend, allesoverheersend.

Het is me een paar keer overkomen bij de start van een nieuwe tentoonstelling. Ik heb er weer hard naartoe gewerkt, soms zoekend en tastend, dan weer met volle overtuiging – als in een trance – alles gegeven. Dicht bij mezelf in mijn atelier groeien werken een na een, een symbiose van wat zich aandient van binnenuit… Uiteindelijk zegt iets me dat het klopt, dat het zo moet zijn, maar wat…? De tentoonstelling komt net te vroeg, er moet nog van alles gebeuren. Daar hangen mijn ‘borelingen’ dan… Ik heb er nog geen vat op en toch moet ik ze loslaten. Het is wat het is, het is niet meer van mij. Het publiek komt binnen, ik voel een lichte euforie als het goed gaat. En dan stilaan de paniek, het zwarte gat, de vermoeidheid die toeslaat als een hamer, de vertwijfeling: waarom doe ik dit? Genadeloze blikken voelen aan als geweld op mijn naakte ziel… Ik heb er een woord voor uitgevonden: ik noem het ‘mijn post-vernissale depressie’.

En toch begin ik telkens weer opnieuw, het is de enige remedie. Het is niet alleen het verlangen naar het schilderen zelf, het is ook het verlangen naar vrijheid, naar ruimte in mijn hoofd dat me drijft. Ruimte zonder externe begrenzing. Volledig mijn eigen grenzen bepalen. Die vrijheid is bijzonder fragiel. Zorgen en verplichtingen kunnen er zo’n beslag op leggen dat het daarbinnen blokkeert. Dat ik niet meer in staat ben tot vrije expressie.
Elke kunstenaar heeft zo zijn eigen manier om die creatieve ruimte te behoeden en te stimuleren. Ik zoek vaak de stilte op of laat me inspireren door een boek of het werk van andere kunstenaars. Maar niet zelden grijpt iemand naar hardere middelen zoals drank en drugs. Enig houvast hebben we als mens toch allemaal nodig…

Als kunstenaar leef je in de paradox, op het scherp van de snee, met de eeuwige twijfel die als het goed is net niet kantelt naar absolute vertwijfeling. Omdat er gaandeweg toch een soort onderliggend intuïtief vertrouwen groeit, dat dan ook weer niet mag omslaan in gemakzucht of te grote zekerheid, wil het werk scherpte behouden. De kunst van het balanceren op een dun koord… Concentratie, volgehouden inspanning zonder garantie op resultaat, behalve de voldoening van het werken zelf, van het creatieve proces.

Kunstenaars zoeken elkaar vaak op. Niet alleen omdat de eenzaamheid van het werk dodelijk kan zijn, maar ook omdat we elkaars worsteling herkennen en elkaars inspanningen kunnen waarderen. Omdat het nodig is dat we kritisch én begripvol voor elkaar zijn als de volgende gapende leegte ons de wanhoop nabij brengt. En omdat het zo’n deugd doet om de momenten van vreugde en ontroering met elkaar te kunnen delen.

Onze kwetsbaarheid, onze ‘anders-heid’, is niet alleen een noodzakelijke voedingsbodem voor het werk dat we voortbrengen. Het stelt ons ook in staat tot het blijven bevragen en het openhouden van de grenzen van de systemen in onze samenleving.

En hopelijk raken we ook jou af en toe met een trilling, een moment van verwondering, van verwarring, van ontroering, …

Lieve groet,

Lies

Tips:

  • Museum Dhondt Dhaenens, Museumlaan 14 in Deurle is altijd een interessante plek.
  • Niet te missen in Muzee, Romestraat 11 in Oostende: de nieuwe Ensor- en Spilliaert- vleugel, maar ook tot september nog de ongebreidelde fantasiewereld van Honoré d’O.
  • Samen met o.m. Chantal Sap, Klaas Verpoest en Gilbert Degryse stel ik de hele zomer tentoon in de Kruidtuin, Capucijnenvoer 30 in Leuven met ‘Lichtende Kamers – besloten hofjes’; iedereen is welkom op de vernissage op 2 juli van 17 u. tot 20 u.

Vorige

Alles heeft zijn tijd

Volgende

Beatrice Hubené

  1. Klazina Verboom

    Dank je wel, zoooo moooi en herkenbaar.
    Kwam precies op tijd.

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén